Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7. a. Het op grond eener concessie verworven recht kan worden verhypothekeert! en verpand [IM. 18 (1), 27 (2)].

b. Alle akten, waarbij dit geschiedt, zoomede alle akten van cessie van zoodanige hypotheken worden verleden als is voorgeschreven in de overschrijvingsordonnantie Stbl. 1834 No. 27 [212 (1)].

c. Bij het te niet gaan (het door tijdsverloop eindigen of het van rechtswege vervallen) eener concessie vervallen ook alle daarop rustende lasten [IM. 41 (1)].

d. Hypothecaire of andere schuldeischers hebben geen aanspraak op eenige schadevergoeding ten gevolge van een wettelijk veranderde grensregeling van het concessieterrein (208); zie § XXIX, 2b en 3.

e. De schulden, voortspruitende uit de verplichting tot schadevergoeding krachtens IM. 24 en 25 (2) en uit het in gebruik nemen van gronden krachtens IM. 21 en 22 (2), zijn hoven pand en hypotheek bevoorrecht (IM. 27); zie § XXXII E 3.

f. Wat in 6e omtrent het vérbod van vervreemding eener concessie is opgemerkt, is ook van toepassing op het verhypothekeeren daarvan (344, 351).

8 a. Executoriale verkoop eener concessie (met inbegrip van de mijnwerken en van hetgeen tot verzekering en bekleeding daarvan dient) kan plaats hebben indien door den concessionaris intrekking daarvan is verzocht [IM. 40 (3)] of indien hij door den G. G. van zijn rechten is vervallen verklaard [IM. 38 (7) (8)].

b. Het verzoek daartoe moet binnen drie manden na de ■ hun gedane gerechtelijke beteekening, bedoeld in IM. 40 (1) of 38 (6), tot den bevoegden Raad van Justitie worden gericht door een of meer der belanghebbende schuldeischers [IM. 40 (3), 38 (7); MO. 347 (1), 352 (1)] en kan ook geschieden door een van zijn rechten vervallen verklaarden concessionaris, bij stilzwijgen zijner schuldeischers [IM. 38 (8); MO. 347 (1)]. Van dergelijke verzoeken wordt door den Griffier van den Raad onverwijld mededeeling gedaan aan de Regeering [IM. 38 (9)].

Sluiten