Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XXXIV. Splitsing, vereenigingtMi ver wisseliüg van concessieterreinen.

c. Over de verdere handelingen en den verkoop zie MO. 347 (2) (3) en 352 (2) (3).

d. De kooper der concessie moet natuurlijk, om zijn rechten te kunnen uitoefenen, de overschrijving doen plaats hebben; zie sub 6 b — d.

Hij moet tevens Nederlander zijn, waarnaar een administratief onderzoek wordt ingesteld [28 (5)].

De van zijn rechten vervallen verklaarde concessionaris kan geen kooper der concessie zijn [IM. 38 (10)].

e. Bij executorialen verkoop eener concessie moeten alle kaarten, teekeningen enz. betrekking hebbende op de mijnwerken, door. den vroegeren concessionaris binnen vier maanden kosteloos ter beschikking van den G. G. \ worden gesteld [IM. 42; MO. 355] Strafbepalinq in MO. 591.

De bedoeling is natuurlijk den kooper in de gelegenheid te stellen er afschrift van te nemen.

Om opzettelijke vernietiging dier kaarten te voorkomen moeten duplicaten ervan worden ingedieud [493 (3)].

f. De concessionaris moet na den verkoop de concessie met inbegrip van de mijnwerken en al hetgeen tot verzekering en bekleeding daarvan dient aan den kooper overgeven [IM 38 (12); MO. 349] Strafbepaling in [590].

1. Splitsing van een concessieterrein in op zichzelf staande gedeelten kan slechts geschieden bij door den G. G. te verleenen nieuwe akten van concessie en mag niet dan om overwegende redenen van algemeen belang worden geweigerd [IM. 19 (1); MO. 225 (1)].

Welke die redenen zijn staat dus ter beoordeeling van den G. G. (zie ook Toel. MO. blz. 213—216) maar zeer zeker behoort daartoe de zorg voor de belangen van hypothecaire of andere bevoorrechte schuldeischers; zie ook IM. 19 (2) en Toel. MO. blz. 217.

2. Splitsing kan niet plaats hebben dan nadat de titel van aankomst der oorspronkelijke concessie is ingeschreven s [219] zie § XXIV.

3. a. Het verzoek om splitsing moet worden gericht tot den

Sluiten