Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G. G. en ingediend bij den Chef van het Mijnwezen

^ [218 (1)].

b. Wat het verzoekschrift moet behelzen en waarvan het moet vergezeld gaan is te vinden in (221).

c. De gedeelten, waarin de splitsing wordt verlangd moeten, als vormende later afzonderlijke concessieterreinen, natuurlijk voldoen aan de voorwaarden aan concessieterreinen gesteld. Zie § XXV 10 en MO. 220, 221 (3).

4. Het verzoek moet door den concessionaris driemalen telkens met een tijdruimte van één maand, worden bekend

^ ' gemaakt in de Jav. Ct. en in een hem aan te wijzen particulier nieuwsblad (222).

Hierdoor kunnen ook de andere schuldeischers het voorx nemen tot splitsing te weten komen; voor de belangen der hypothecaire schuldeischers is reeds gezorgd iu 221 (2) 2e [IM. 19 (2)].

Van de nummers der couranten, waarin de bekendmakingen zijn opgenomen moet den Chef van het Mijnwezen (ter controle) een exemplaar toegezonden worden (222).

5. a. De G. G. beschikt niet dan nadat ten minste één maand

na de derde der in 4 genoemde bekendmakingen is verstreken (224).

b. In dien tusschentijd kunnen de in IM. 27 (I) bedoelde bevoorrechte schuldeischers hunne bezwaren inbrengen bij den Chef van het Mijnwezen in een tot den G. G. gericht verzoekschrift [223 (1)].

Dus geen schuldeischers in den gewonen zin des woords. Zie Toel. MO. blz. 219.

c. Geen beschikking wordt genomen dan nadat ten genoegen van den G. G. is aangetoond dat de concessionaris zich met die schuldeischers heeft verstaan of hun vorderingen heeft voldaan [223 (2)].

6. a. Wordt door den G. G. op het verzoek gunstig beschikt

dan wordt voor elk der terreinen een nieuwe concessie verleend, waaraan geen andere voorwaarden dan aan de oorspronkelijke concessie mogen worden verbonden tenzij

Sluiten