Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XXXV. Verlenging van concessies.

wien van hen zij wenschen dat de nieuwe concessie zal worden verleend"[230 (3) (4)].

2. De uitgestrektheid van concessieterreinen, ontstaan door verwisseling of vereeniging, mag de in MO. 172 gestelde maxima overschrijden [230 (5)].

3. Zijn de concessies, die vereenigd worden, op verschillende data verleend dan wordt de nieuwe concessie geacht ingegaan te zijn met den datum van het concessiebesluit dat het oudste is [230 (7)].

1. De Indische Mijnwet kent geen verlenging van een concessie; wanneer de termijn, waarvoor zij is verleend, is afgeloopen gaat de concessie te niet (zie § XXXVIII).

2. Het Gouvernement kan dan de ontginning aan zich trekken, doch de concessionaris kan ook in de gelegenheid worden gesteld een nieuwe concessie te verkrijgen.

3. De voorwaarden, waarop hem eventueel een nieuwe concessie zal worden verleend, worden bij Koninklijk

f Besluit vastgesteld en worden den concessionaris in liet derde Jaar alvorens «le concessie door tydsverloop eindigt medegedeeld [IM. 34 (1)].

Dat K. B. wordt ook in de Javasche Courant openbaar gemaakt [MO. 251 (1)].

Hierdoor wordt ook het publiek in de gelegenheid gesteld van de nieuwe voorwaarden kennis te nemen, zoodat zelfs de schijn van gunstbetoon in strijd met het algemeen belang wordt vermeden.

De bedoelde voorwaarden mogen natuurlijk in geen geval het betalen van een hoogeren cijns of een hooger vast recht betreffen, er kan echter b. v. het betalen van een som gelds in eens worden bedongen. Toel. MO. blz. 236, 237.

4. De concessionaris moet zich binnen zes maanden, nadat hij met die voorwaarden in kennis is gesteld, verklaren of hij ze aanneemt of niet; laat hij den gestelden tijd voorbijgaan zoo verliest hij zijn recht van voorkeur [IM. 34 (2)].

5. De akte der eventueel verleende nieuwe concessie moet evenals die der oorspronkelijke worden ingeschreven [251 (2), 211 (6)].

Sluiten