Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XXXVI.

Intrekking van Concessies.

1. Intrekking eener concessie kan zijn:

a. Gedeeltelijk [IM. 40 (5)]'; -~-

b. geheel [IM. 40 (1) —(4)];

en kan verder geschieden;

c. op verzoek van den concessionaris [IM. 40];

d. (doch alleen bij geheele intrekking) ambtshalve [IM. 38 (11)].

Het verzoek om gedeeltelijke intrekking wordt alleen om overwegende redenen van algemeen belang geweigerd [237 (1)].

Zie Toel. MO. blz. 222.

Het verzoek om geheele intrekking wordt altijd toegestaan.

2. De gedeeltelijke intrekking is geregeld in MO. 231 —241.

De behandeling komt zoo goed als letterlijk overeen met hetaeen voor de SDÜtsina van een concessieterrein in

§ XXXIV 2 — 9 is voorgeschreven [IM. 40 (5)]. Wat betreft de openbaarmaking van den titel van aankomst van het nieuwe concessiebesluit wordt verwezen naar MO. 213, 214. 3. ft. De gelieele intrekking, voor zoover die op verzoek geschiedt, is geregeld in MO. 350—353.

b. Het schriftelijke verzoek moet worden gericht tot den G. G., ingediend bij den Chef van het Mijnwezen [350 (1) (2)] en, indien de concessie reeds is ingeschreven, vergezeld gaan van een verklaring van den ambtenaar belast met de in- en overschrijving van vaste goederen, houdende opgaaf van de namen van hen die blijkens de openbare registers bekend staan als concessiehouder en als hypothecaire schuldeischers [350 (3)].

e. Het verzoek wordt [IM 40 (2); MO. 350 (1)] op kosten en door de zorg van den concessionaris:

1. openbaar gemaakt in de Jav. Ct.;

2. gepubliceerd in een door den G. G. aan te wijzen particulier nieuwsblad;

3. aan de eventueele hypotheekhouders gerechtelijk beteekend.

Sluiten