Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ XXXVII. 1.

Vervallenverklaring van «len concessionaris.

2.

aan den ambtenaar belast met de in- en overschrijving van vaste goederen [348 (2) (3)] tot het stellen der aanteekening bedoeld in 215 (1).

a. In de gevallen, waarin alleen van den onwil of de nalatigheid van den concessionaris, maar niet van de onwaarde der concessie zelve gebleken is, kan de concessionaris van zijn rechten als zoodanig worden vervallen verklaard [IM. 37 (1)1.

b. Hij kan van die beschikking (van den G. G.) in beroep komen bij den Koning [IM. 38 (1)].

c. Tot de vervallenverklaring zal alleen als uiterste middel worden overgegaan en niet dan nadat de concessionaris behoorlijk in de gelegenheid is gesteld om voor zijn belangen op- en zijn verplichtingen na te komen. Desnoods kan hij nog eerst voor zijn nalatigheid worden gestraft [IM. 37 (2)]; zie ook Toel. MO. blz. 338, 339.

De in la bedoelde gevallen zijn:

a. indien de concessionaris op bekomen last om de ontginning, wegens naar het oordeel van den G. G. overwegende redenen van algemeen belang, aan te vangen of na staking weder op te vatten, in gebreke blijft binnen den gestelden termijn aan dien last ten genoegen van den G. G. te voldoen [IM. 37 (1) a\.

Welke die redenen kunnen zijn leze men in Toel. MO. blz. 336 — 338.

b. Indien de concessionaris achterlijk of nalatig is in de nakoming van verplichtingen hem terzake der ontginning opgelegd [IM. 37 (1) b]:

1. bij wettelijke voorschriften;

2. bij de akte van concessie, dus in de daarin opgenomen bijzondere voorwaarden.

Zie Toel. MO. blz. 338, 339.

c. Indien de concessionaris weigert of in gebreke blijft gevolg te geven aan de in het algemeen belang of in het belanx «Ier veiligheid van personen en goederen door een daartoe bevoegde autoriteit omtrent zijn werken gegeven voorschriften [IM. 37 (1) b}.

Sluiten