Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. a. Heeft de G. G. het voornemen een concessionaris van zijn

rechten vervallen te vèrklaren zoo wordt dit hem of zijn gemachtigde te kennen gegeven bij een gemotiveerd besluit dat hem gerechtelijk beteekend wordt [IM. 37 (2); MO. 342 (1)]. b. In dat besluit wordt hem een tijd gesteld, waarbinnen hij voor zijn belangen kan opkomen en een termijn waarbinnen de ontginning moet worden opgevat, dan wel aan de voorschriften of verplichtingen moet zijn voldaan [342 (2)].

Volgens IM. 37 (2) is die termijn ten minste drie maanden indien'van een linantieele verplichting sprake is, anders ten minste een .jaar. Deze termijn gaat in met den datum van beteekening der gerechtelijke akte.

4. a. Indien na het verstrijken van genoemden tijd de conces¬

sionaris niet heeft voldaan aan het van hem verlangde en daartoe overigens aanleiding bestaat (n. 1. indien zijn verweer den G. G. onvoldoende voorkomt) wordt hij van zijn rechten vervallen verklaard bij gemotiveerde beschikking die hem bij gerechtelijke akte beteekend wordt [343 (1)].

Van af die beteekening mag de concessie niet worden vervreemd ot verhypothekeerd tenzij de beschikking in hooger beroep wordt vernietigd [344],

b. Van de beschikking wordt een afschrift gezonden [215 (3)] aan den ambtenaar belast met de in- en overschrijving van vaste goederen (345) tot het stellen der aanteekening bedoeld in 215 (1).-

c. Van de beschikking wordt onmiddellijk mededeeling gedaan aan den Minister van Koloniën [IM. 38 (1)].

d. In de beschikking wordt tevens het particulier nieuwsblad aangewezen bedoeld in IM. 38 (6) [343 (3)] waarin de vervallenverklaring moet worden bekend gesteld.

5. a. De belanghebbende of zijn gemachtigde kan binnen zes maanden na den dag van de in 4a bedoelde beteekening, van de beschikking in beroep komen bij den Koning [IM. 38 (1) (2); MO. 343 (2)].

b. Het daartoe strekkend verzoekschrift wordt ingediend / bij den G. G. die het onverwijld aan den Minister van Koloniën doorzendt [IM. 38 (2)].

Sluiten