Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besluit, waarbij de concessie is verleend [205] en wel over concessie jaren [302 (1)].

b. In het algemeen moet het recht dus worden voldaan ^ uiterlijk op den laatsten dag vóór den aanvang van een

nieuw concessiejaar [302 (4)], voor de eerste maal echter binnen drie maanden na den aanvang der concessie [302 (3)].

c. Het vast recht moet steeds in zijn geheel worden voldaan [302 (2)].

4. Het bedrag van het recht, de tijdstippen waarop en de landskas waar het moet worden gestort worden in het concessiebesluit aangegeven; de plaats van storting kan echter door den G. G. gewijzigd worden [302 (5) (6)].

5. a. Bij splitsing, vereeniging, verwisseling, gedeeltelijke intrek¬

king en wijziging van de oppervlakte van concessieterreinen is het nieuwe vast recht voor de eerste maal verschuldigd over hei jaar dat na den datum van het nieuwe concessiebesluit ingaat en moet worden voldaan uiterlijk * op den laatsten dag der derde maand volgende op die, waarin dat besluit genomen is [304 (1) (2)].

b. Mocht over dat volgende jaar het oorspronkelijk verschuldigde vast recht reeds zijn voldaan dan wordt het te veel betaalde teruggegeven en moet het te weinig betaalde worden aangezuiverd binnen den aan het slot van a genoemden termijn [304 (3)].

c. De regeling van de betaling na den openbaren verkoop eener concessie is te vinden in [305].

6. a. Als belastingschuldige ten aanzien van het vast recht

wordt beschouwd hij die op den uitersten betalingstermijn [36, 5a, 5c,] concessiehouder is [308].

g. Bij niet tijdige voldoening wordt een boete beloopen van 1 °/0 per maand achterstand, waarbij een gedeelte van een maand voor een volle wordt gerekend [306 (1)].

7. Men lette er op dat in de kwitanties voor betaald vast recht ook het concessiejaar moet voorkomen, waarop de betaling betrekking heeft [306 (2)]. Deze kwitanties moeten soms worden overgelegd [212 (3) (4)].

8. Ten aanzien van concessies, verleend vóór 1 Juli 1905

Sluiten