Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terrein aanwezige inlandsche ontginningen aan te geven tot welke zijn werkzaamheden zich niet zullen uitstrekken en die grenzen worden eveneens ingeteekend op de kaart behoorende bij het besluit waarbij de concessie wordt verleend [53].

b. Nadat de concessie-aanvraag gedeeltelijk behandeld is (§ XXVI, 3a-é) wordt zij in handen gesteld van het betrokken HvGB. die door een commissie [188 (2) (3)] de door den aanvrager verstrekte opgaaf wat betreft de inlandsche ontginningen laat nagaan; zij hoort zooveel mogelijk de rechthebbenden op die ontginningen en maakt van hare bevinding proces-verbaal op [54], waarna door het hoofd van plaatselijk bestuur aan die rechthebbenden een bewijs wordt uitgereikt bevattende o. a. een omschrijving van de ligging der inlandsche ontginning [55]. Dit bewijs moet door den houder op aanvraag aan de plaatselijke ambtenaren en de mijninspecteurs worden vertoond [58].

c. Indien de bevolking overigens het recht heeft (d. w. z. volgens haar gewoonterecht) om nieuwe ontginningen te openen mag daartoe, nadat de in b genoemde commissie haar onderzoek heeft beëindigd, niet worden overgegaan dan met toestemming van het hoofd van plaatselijk bestuur en na gepleegd overleg met den beheerder der onderneming (§ XXXI) [59,56 (1), (2)]. Evenmin mogen zonder die toestemming en overleg bestaande inlandsche ontginningen worden uitgebreid.

Als beginsel geldt hierbij dat de toestemming niet wordt verleend indien de werkzaamheden van den concessionaris of van den houder van het recht op concessie (§ Xl\ , XVIII) daarvan belemmering kunnen ondervinden. De beslissing is ingeval van meeningsverschil, overgelaten aan den betrokken mijninspecteur [56 (3), (4)]; zie Toel. MO. blz. 65 bovenaan.

d. Van de aan het slot van b. bedoelde afgegeven bewijzen wordt door het hoofd van plaatselijk bestuur een register aangelegd [57 (1)], waarin ook aanteekening wordt aangehouden van eventueele overdrachten dier ontginningen op andere inlanders [57 (2)]. Doet een inlandsche recht-

Sluiten