Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij een nader besluit de aanvankelijk in het eoneessiebeslnit vermelde oppervlakte van het concessieterrein te wijzigen.

(2) Wordt van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, zoo geschiedt de berekening van het wegens vast recht verschuldigd bedrag naar liet gewijzigd aantal hectaren van de oppervlakte van het concessieterrein, voor de eerste maal over het jaar (concessie- of exploitatiejaar), volgende op dat waarin de wijziging heeft plaats gehad.

(:i) Heeft de in het vorig lid bedoelde wijziging van liet aantal hectaren der oppervlakte plaats op een tijdstip, waarop het over het daarop volgend jaar verschuldigd vast recht reeds mocht zijn voldaan, zoo moet, indien het gewijzigd cijfer eene grootere oppervlakte van het concessieterrein aangeeft dan aanvankelijk was aangenomen, hetgeen meer aan vast recht verschuldigd is uiterlijk op den laatsten dag der derde maand, volgende op die waarin de wijziging heeft plaats gehad, worden bijbetaald, terwijl indien het gewijzigd cijfer eene kleinere oppervlakte aangeeft, het te veel betaalde aan den rechthebbende zoodra mogelijk wordt terugbetaald. Van den datum waarop c. q. de bijbetaling uiterlijk moet geschieden, wordt aanteekening gehouden in het in het eerste lid van dit artikel bedoeld besluit van den Gouverneur-Generaal.

(4) In bet in het eerste lid van dit artikel bedoeld besluit wordt mede aanteekening gehouden van het tijdstip waarop bet gewijzigd bedrag van het vast recht uiterlijk voor de eerste maal moet worden voldaan.

Artikel 4.

(1) Bij niet-voldoening van het vast recht vóór of op de in het zesde lid sub b van artikel 1 en het vijfde lid sub a en b van artikel 2 dezer ordonnantie genoemde tijdstippen verbeurt de concessionaris een boete van één percent van het door hem verschuldigde bedrag voor elke maand achterstand, zullende het gedeelte eener maand voor eene volle maand worden gerekend.

(2) In de quitantiën voor betaald vast recht moet, behalve van de namen der belastingschuldigen en der concessiën, ook melding worden gemaakt van het exploitatie- of concessiejaar, waarop de betaling betrekking heeft.

HOOFDSTUK II.

Voorschriften betreffende de heffing van den cijns van de brut o-o p b r e n g s t.

Artikel 5.

(1) De ingevolge het nieuwe artikel 20 van het Koninklijk besluit van iedere concessie afzonderlijk verschuldigde cijns wordt geheven van den aanvang der concessie en berekend over kalenderjaren.

(2) Ten aanzien van de heffing van den cijns wordt eene na het inwerking treden van deze ordonnantie verleende concessie geacht aan te vangen met den datum van het besluit van den GouverneurGeneraal waarbij de concessie wordt verleend.

Sluiten