Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 42.

De Gouverneur-Generaal is bevoegd cene andere dan de aanvankelijk aangewezen plaats van storting van het vast recht en den cijns aan te wijzen.

Artikel 43.

Overschrijving van de rechten en verplichtingen uit eene concessie voortvloeiende, op de rechtverkrijgenden van den overleden wettigen houder of op andere personen of vennootschappen, hetzij ingevolge het derde lid van artikel 11 van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 n? 13 (Indisch Staatsblad 1873 ü5 217a) zooals het is gewijzigd bij het Koninklijk besluit van 29 Juli 1899 ÏÏ5 29 (Indisch Staatsblad II- 297) hetzij krachtens overdracht als bedoeld in artikel 9 van eerstgenoemd Koninklijk besluit, heeft niet plaats tenzij die rechtverkrijgenden of verkrijgers aan de autoriteit, voor welke de overschrijving moet geschieden, onder overlegging van de overige voor de bewerkstelliging van de overschrijving benoodigde stukken, door aanbieding der kwitantiën aantoonen dat de op dat tijdstip aan vast recht en cijns van de bruto-opbrengst verschuldigde bedragen overeenkomstig het bepaalde bij de artikelen 1 tot en met 4, 29.en 41 zijn betaald. Die kwitantiën worden daarna door genoemde autoriteit aan de belanghebbenden teruggegeven.

Artikel 44.

Behoudens het bepaalde bij de artikelen 4, 29, 36 tweede lid en 41 moeten, wanneer de concessionaris niet in Nederlandsch-Indië is gevestigd, de voorschriften dezer ordonnantie worden nagekomen door zijn in artikel 40 sub a bedoelden vertegenwoordiger aldaar, blijvende in geval van verzuim of nalatigheid van zijn vertegenwoordiger de niet in Nederlandsch-Indië gevestigde concessionaris voor die nakoming aansprakelijk.

Artikel 45.

(1) Wanneer de hetzij in Nederlandseh-Indië hetzij niet aldaar gevestigde concessionaris of de vertegenwoordiger van een concessionaris is eene naamlooze vennootschap dan rust de verplichting tot nakoming van de voorschriften dezer ordonnantie op elk der bestuurders persoonlijk, zijnde echter de naamlooze vennootschap zelve alleen aansprakelijk voor de betaling van het vast recht en den cijns, de deswege verschuldigde boeten en de in het tweede lid van artikel 36 bedoelde kosten.

(2) Is het bestuur dier naamlooze vennootschap opgedragen aan eene andere naamlooze vennootschap dan is het bepaalde bij het vorige lid van toepassing op de bestuurders der besturende naamlooze vennootschap.

Artikel 46.

(1) De bij de artikelen 9, 10, 11, 13, 14 en het eerste, tweede en vierde lid van artikel 19 der ordonnantie van 7 Mei 1874 (Staatsblad n! 128) vastgestelde bepalingen tot uitvoering van artikel 20

Sluiten