Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 Il; 13 (Indisch Staatsblad 11; 217a) worden ten aanzien van concessiën, na het in werking treden dezer ordonnantie verleend, en ten aanzien van bestaande concessiën voor zoover de daarvoor vastgestelde regeling van den cijns ten verzoeke van belanghebbenden met het nieuwe artikel 20 van het Koninklijk besluit in overeenstemming is gebracht, buiten werking gesteld.

(2) Met betrekking tot het toezicht op de heffing van den cijns van de bruto-opbrengst, blijft artikel 15 van de ordonnantie van 7 Mei 1874 (Staatsblad 128) gehandhaafd, voor zoover het daarbij bepaalde niet in strijd is met de voorschriften dezer ordonnantie.

Artikel 47.

Alle stukken, ingevolge deze ordonnantie in te dienen en op te maken en niet behoorende tot de geschriften, genoemd in de aan de zegelordonnantie gehechte lijst van vrijstellingen (Staatsblad 1885 ïl: 131 zooals dit sedert is gewijzigd en aangevuld) zijn vrij van zegelrecht.

Artikel 48.

Deze ordonnantie treedt in werking op 1 Juli 1905.

En opdat niemand hiervan onwetendheid voorwende, zal deze in het Staatsblad van Nederlandsch-Indië geplaatst en, voor zooveel noodig, in de Inlandsche en Chineesche talen aangeplakt worden.

Gelast en beveelt voorts, dat alle hooge en lage Colleges en Ambtenaren, Officieren en Justicieren, ieder voor zooveel hem aangaat, aan de stipte naleving dezer de hand zullen houden, zonder oogluiking of aanzien des persoons.

Gedaan te Buitenzorg, den 25sten Februari 1905.

J. B. VAN HEUTSZ.

De Algemeene Secretaris, C. B. NEDERBURGH.

Uitgegeven den tweeden Maart 1905.

De Algemeene Secretaris,

C. B. NEDERBURGH.

Sluiten