Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN NEDEKLANDSCH-INDIË

No. 2G2. DELFSTOFFEN. Uitvoering van artikel 1, sub B en D van het Koninklijk besluit in Indisch Staatsblad 1899 ff 297.

IN NAAM DER KONINGIN'

DE GOUVERNEUR-GENERAAL VAN NEDERLANDSCH-INDIË,

Den Raad van Nederlandseh-Indië gehoord:

Allen, die deze zullen zien of hooren lezen, Saluut!

doet te weten:

Dat Hij, de uitvoering willende regelen van het bepaalde bij de artikelen 11 en 21, tweede lid, van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 n! 13 (Indisch Staatsblad li5 217a) betreffende de ontginning van delfstoffen bevattende gronden in Nederlandseh-Indië, zooals die artikelen worden gelezen krachtens het Koninklijk besluit van 29 Juli 1899 11? 29 (Indisch Staatsblad Il! 297);

Lettende op de artikelen 20, 29, 31 en 33 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandseh-Indië;

Heeft goedgevonden en verstaan:

Met aanvulling van de ordonnantie van 7 Mei 1874 (Staatsblad n° 128) en wijziging van het tweede lid sub a van artikel 6 daarvan, te bepalen:

Algemeene bepaling.

Waar in deze ordonnantie sprake is van „artikel 11 van liet Koninklijk besluit" en van „artikel 21 van het Koninklijk besluit"', beide zonder nadere aanduiding, worden hiermede bedoeld de artikelen 11 en 21 van het Koninklijk besluit van 2 September 1873 n; 13 (Indisch Staatsblad n: 217a), zooals zij gelezen worden ingevolge liet Koninklijk besluit van 29 Juli 1899 li5 29 (Indisch Staatsblad 11? 227).

HOOFDSTUK I.

Voorschriften betreffende de vereisehten, waaraan houders van concessiën moeten voldoen.

Artikel 1.

Elke aanvrage om concessie moet, behalve van de overige ingevolge artikel 6 der ordonnantie van 7 Mei 1874 (Staatsblad ll? 128) gevorderde bescheiden, vergezeld gaan van stukken, aantoonende dat de aanvrager voldoet aan de vereisehten van artikel 11 van hot Koninklijk besluit.

Sluiten