Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(3) De Gouverneur-Generaal is bevoegd om te allen tijde te vorderen, dat binnen een voor elk geval door Hem te stellen termijn, bewijzen of bescheiden worden overgelegd, aantoonende de juistheid van de bij het tweede lid van dit artikel voorgeschreven opgaven. De gestelde termijn kan in bijzondere gevallen éénmaal worden verlengd.

Artikel 7.

Het bepaalde bij artikel 6 van deze ordonnantie geldt eveneens voor verandering:

a. in het beheer van vennootschappen onder eene firma of bij wijze van geldschieting, die houders zijn van concessiën of die bestuurders zijn van naamlooze vennootschappen welke houders van concessiën zijn;

b. in het bestuur van naamlooze vennootschappen, welke andere naamlooze vennootschappen, houders van concessiën, besturen.

Artikel 8.

(1) Van elk optreden van een nieuwen vertegenwoordiger, als bedoeld in het eerste lid van artikel 11 van het Koninklijk besluit, moet binnen één maand nadat dit optreden heeft plaats gehad, door den houder der concessie worden kennis gegeven, aan den GouverneurGeneraal, onder overlegging van de authentieke akte, waarbij de nieuwe vertegenwoordiger is aangesteld en van het bewijs, dat deze bevoegd is om verblijf te houden binnen het gewest of de gewesten, waar de ontginning moet geschieden.

(2) Het bepaalde bij het eerste lid van dit artikel geldt eveneens voor de tijdelijk vervangende en waarnemende vertegenwoordigers.

Artikel 9.

De aanvrage om concessie, de indiening van de gevorderde bescheiden en van het verzoek bedoeld in artikel 3 van deze ordonnantie, zoomede de voorgeschreven kennisgevingen, geschieden door tusschenkomst van het Hoofd van gewestelijk bestuur, te wiens kantore domicilie is gekozen.

Artikel 10.

In de gevallen, bedoeld bij de artikelen 2, 4, 6, 7 en 8 van deze ordonnantie, wordt aan belanghebbenden, indien zij naar het oordeel van den Gouverneur-Generaal aan de gestelde vereischten voldoen, daarvan van Kegeeringswege mededeeling gedaan.

HOOFDSTUK II.

Over de geschillen nopens het voldoen aan de

bij artikel 11 van het Koninklijk besluit voor houders van concessiën gestelde vereischten.

Artikel 11.

(1) I» elk geval, dat een persoon of een vennootschap aan de ver-

Sluiten