Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(4) In de gerechtelijke akte moet uitdrukkelijk worden vermeld dat de betrokkene heeft aangetoond aan de in artikel 11 van het Koninklijk besluit gestelde vereischten te voldoen.

HOOFDSTUK V.

Slot- en Overgangsbepa ingen.

Artikel 26.

(1) Deze ordonnantie treedt in werking op een nader bij ordonnantie te bepalen datum.

(2) Zij is van toepassing zoowel op de alsdan aanhangige aanvragen om concessie als op de vóór dat tijdstip verleende concessiën (behoudens bij de wet goedgekeurde overeenkomsten betreffende ontginningen).

Artikel 27.

Naamlooze vennootschappen, welke houders zijn van vóór het in artikel 26 dezer ordonnantie genoemd tijdstip verleende concessiën en welker bestuur op dat tijdstip niet overeenkomstig de vereischten van artikel 11 van het Koninklijk besluit is samengesteld, dan wel welker commissarissen, zoo deze er zijn, niet aan die vereischten voldoen, worden niettemin geacht aan die vereischten te voldoen, zoolang de samenstelling van het bestuur of van de commissarissen geen verandering ondergaat, dan wel slechts zoodanige verandering als strekt om zooveel mogelijk met die vereischten in overeenstemming te komen.

Artikel 28.

Het bepaalde bij artikel 27 van deze ordonnantie geldt eveneens ten opzichte van:

a. het beheer van vennootschappen onder eene firma of bij wijze van geldschieting, welke zelve houders zijn van- of het bestuur voeren over naamlooze vennootschappen, houders van vóór het in artikel 26 van deze ordonnantie genoemd tijdstip verleende concessiën;

b. het bestuur van naamlooze vennootschappen, welke andere naamlooze vennootschappen, houders van vóór het in artikel 26 van deze ordonnantie genoemd tijdstip verleende concessiën, besturen.

Artikel 29.

(1) De besturen van naamlooze vennootschappen, welke op het in artikel 26 van deze ordonnantie genoemd tijdstip houders zijn van concessiën, moeten binnen zes maanden daarna aan den GouverneurGeneraal volledige opgaven overeenkomstig het tweede lid van artikel 6 van deze ordonnantie indienen nopens allen, die op bedoeld tijdstip bestuurders of commissarissen der naamlooze vennootschap zijn.

(2) De Gouverneur-Generaal is bevoegd om te allen tijde te vorderen, dat binnen een voor elk geval door Hem te bepalen termijn door bescheiden worde aangetoond de juistheid der bij het vorige lid voorgeschreven opgaven. De gestelde termijn kan in bijzondere gevallen, éénmaal worden verlengd.

Sluiten