Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 2.

(1) In deze wet wordt onder opsporing of niijnbouwkundige opsporing verslaan liet opzettelijk ingesteld onderzoek naar de in art. 1 genoemde delfstoffen met het oogmerk om recht tot mijnon tginning te verwerven; en onder ontginning of mijnontginning de opzettelijke winning van deze delfstoffen, onverschillig of die winning geschiedt door onderaardsche mijnwerken, open groeven, grondboringen of op andere wijze.

(2) Deze wet kent aan de uitdrukkingen onderzoekingsveld, concessievelil, en mijnveld het begrip van ruimte toe, en aan de uitdrukkingen onderzoekingsterrein en concessielerrein dat van oppervlakte.

Artikel 3.

In deze wet worden verstaan:

a. onder rechthebbenden op den grond degenen, die een zakelijk recht daarop hebben, onverschillig of dit door de wetgeving voor Europeanen dan wel door die voor inlanders wordt beheersclit;

b. onder derde belanghebbenden degenen, wier uit een persoonlijk recht voortvloeiende belangen door een opsporing of ontginning kunnen worden geschaad.

Artikel 4.

(1) Geen anderen kunnen houders van vergunningen lot opsporing of van concessiën zijn dan:

a. Nederlanders,

b. Ingezetenen van Nederland of van Nederlandsch-Indië,

c. Vennootschappen, gevestigd in Nederland of in Nederlandsch-Indië, waarvan, wat de naamlooze vennootschappen betreft, de eenige bestuurder of commissaris, dan wel als er twee zijn beide, of, als er meer bestuurders zijn, de meerderheid, alsook de meerderheid der commissarissen, en, wat vennootschappen onder eene firma en die bij wijze van geldschieting betreft, de eenige beheerende vennoot, dan wel als er twee zijn beide, of als er meer bebeerende vennooten zijn de meerderheid, Nederlanders dan wel ingezetenen van Nederlandsch-Indië zijn, de laatsten woonachtig in Nederlandsch-Indië of in Nederland,

met dien verstande dat de niet in Nederlandsch-Indië gevestigde personen of vennootschappen aldaar behoorlijk moeten zijn vertegenwoordigd; en dat de in Nederlandsch-Indië gevestigde personen de vertegenwoordigers in Nederlandsch-Indië van niet in Nederlandsch-Indië gevestigde personen, en de in Nederlandsch-Indte gevestigde bestuurders of vertegenwoordigers van aldaar ol in Nederland gevestigde vennootschappen bevoegd moeten zijn om verblijf te houden binnen het gewest of de gewesten, waar de opsporing of de ontginning moet geschieden.

(2) Aanvragers van eene vergunning tot opsporing of van eene

Sluiten