Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<loor den Gouverneur-Generaal, in het belang van den geleidelijken overgang der concessie in andere handen, gegeven en om zijne medewerking te verleenen tot alles wat aan zoodanigen geleidelijken overgang bevorderlijk kan zijn.

Artikel 15.

Concessiën worden niet verleend voor ontginning in streken of terreinen, waar die, naar het oordeel van den Gouverneur-Generaal, om redenen van algemeen belang niet kan worden toegelaten.

Artikel 16.

(1) De concessie geeft den concessionaris, overeenkomstig de voorschriften dezer wet en op de in de akte van concessie gestelde voorwaarden, binnen het ïuijnveld het uitsluitende recht tot het winnen der in die akte genoemde delfstoffen en lot den aanleg van alle daartoe noodige werken, zoo op als onder den grond; dit recht strekt zich uit lot binnen het mijnveld gelegen oude ertshoopen van vroegere ontginningen of opsporingen.

(2) De concessie geeft den concessionaris ook het recht, om op den voet bij ordonnantie te regelen, uilsluitend ten behoeve van zijn bedrijf vrijelijk te beschikken over de bij zijne ontginning gewonnen niet in art. 1 genoemde delfstoffen, en om buiten zijn cencessielerrein hulpwerken aan te leggen.

(3) Delfstoffen genoemd in art. 1, die niet in de akte van concessie zijn genoemd, mogen door den concessionaris, tenzij hij tot de winning daarvan eene nadere concessie heeft verkregen, niet gewonnen worden, dan voor zoover, ter beoordeeling van den GouverneurGeneraal, de samenhang dier delfstoffen met de in de akte van concessie genoemde hare gelijktijdige winning onvermijdelijk maakt. Heeft een ander in hetzelfde mijnveld eene concessie voor de winning van die delfstoffen, dan moet de overeenkomstig dit lid gewonnen hoeveelheid daarvan op zijne vordering, tegen vergoeding der kosten van voortbrenging aan hem worden afgestaan.

Artikel 17.

Bij ordonnantie worden regelen gesteld omtrent de beschikking over vloeibare bitumineuss, en de daarmede voorkomende gasvormige zelfstandigheden, die door rechthebbenden op den grond of derde belanghebbenden, die geen vergunning tot opsporing noch eene concessie hebben, worden aangetroffen bij den aanleg van werken, waartoe zij gerechtigd zijn.

Artikel 18.

(1) Het op grond van de concessie verworven recht behoort lot de onroerende zaken en kan met hypotheek worden belast, zoomede, behoudens de bepalingen van art. 4 en art. 38 tiende lid, worden vervreemd.

Sluiten