Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 31.

(1) Indien eene naar bet oordeel van den Gouverneur-Generaal voor ontginning in aanmerking komende delfstofafzetting ontdekt is ten gevolge van een van Gouvernementswege ingesteld onderzoek, wijst de Gouverneur-Generaal, behoudens de rechten van derden, het terrein aan, binnen hetwelk geen concessie wordt verleend dan na openbare mededinging, onverminderd de bevoegdheid van het Gouvernement om daarbinnen zelf mijnonlginning te ondernemen.

(2) In bijzondere gevallen kan, krachtens bij Koninklijk besluit verleende machtiging, van het vereischte van openbare mededinging wofden afgeweken.

Artikel 32.

Art. 31 is toepasselijk op naar het oordeel van den GouverneurGeneraal voor onlginning in aanmerking komende delfstofafzettingen tot welker ontginning geen aanspraken op concessie, overeenkomstig deze wet, geldend kunnen gemaakt worden en welke niet vallen in de termen van het eerste lid van genoemd artikel.

Artikel 33.

(1) In geval van openbare mededinging wordt de concessie toegewezen aan hem die het hoogste bedrag in geld aanbiedt, mits de Gouverneur-Generaal van oordeel is, dat tegen zijn toelating geen bezwaar beslaat.

(2) Leidt de openbare mededinging lot geen resultaat dan wordt, voor zoover daarloe termen bestaan en niet ondershands concessie is of wordt verleend, het volgens artl. ol en a2 geresei veeide tenein weder opengesteld voor opsporingen.

Artikel 34.

(1) In het derde jaar alvorens eene concessie door tijdsverloop eindigt, worden, voor zoover daarloe termen bestaan en het Gouvernement zich de ontginning niet voorbehoudt, de voorwaarden bij Koninklijk besluit vastgesteld, waarop tot voortzetting der onlginning eene nieuwe concessie voor den concessionaris verkrijgbaar is.

(2) De concessionaris heeft binnen zes maanden nadat hij met die voorwaarden in kennis is gesteld, te verklaren of hij eene op die voorwaarden verleende concessie aanvaardt. Aanvaardt hij die niet of verklaart hij zich dienaangaande niet binnen den bepaalden tijd, zoo wordt geen nieuwe concessie verleend dan na openbare mededinging.

TITEL VI.

Heffing van vast rechl en cijns.

Artikel 35.

(1) Het Gouvernement heft van iedere vergunning tot opsporing en van eiken ontdekker, die opsporingswerken voortzet overeenkomstig art. 29:

Sluiten