Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TITEL VIII.

5lol- en Overgangsbepalingen.

Artikel 43.

(1) Voor zoover nevens deze wet en de tot hare uitvoering vereischte voorschriften nog andere regelingen noodig zijn om de goede werking der wet te bevorderen en het vereischte toezicht op opsporingen en ontginningen in het algemeen belang te verzekeren, worden zoodanige regelingen bij ordonnantie vastgesteld.

(2) Het van Regeeringswege uit te oefenen toezicht strekt zich mede uit, — behalve tot de naleving der in art. 14 genoemde verplichting en der bij de verguftning lot het doen van opsporingen dan wel bij het concessiebesluit noodig geoordeelde bijzondere voorwaarden, — tot alles hetgeen betrekking heeft op:

a. de stevigheid der mijnwerken;

b. de veiligheid voor het leven en de gezondheid der arbeiders;

c. de bescherming van den bovengrond in het belang van de veiligheid van personen en hel openbaar verkeer;

d. de bescherming tegen voor het algemeen schadelijke gevolgen van den mijnbouw.

(3) Ontstaat in verband met het bepaalde in het voorafgaande lid door eenig mijnwerk gevaar, dan zijn de met het toezicht belaste ambtenaren, bij niet opvolging door den concessionaris binnen den daartoe gestelden termijn van de door hen na raadpleging van den concessionaris gegeven voorschriften, bevoegd om deze zelf ten uilvoer te leggen, in welk geval zij verplicht zijn onverwijld aan de Regeering kennis te geven van hetgeen door hen is verricht.

(4) Is hfet gevaar dringend, dan is voor de uitoefening van de in het vorige lid aan de met het toezicht belaste ambtenaren verleende bevoegdheid, zelfs de voorafgaande raadpleging van den concessionaris niet noodzakelijk.

(8) De concessionaris is verplicht de door met het toezicht belaste ambtenaren getroffen maatregelen, bedoeld in het derde en vierde lid, te gedoogen en de kosten daarvan te dragen of te vergoeden.

(6) Bij ordonnantie wordt bepaald in welke gevallen beroep is van de beschikkingen der toezicht houdende ambtenaren.

(7) De uilvoering van de ingevolge het derde en vierde lid gegeven voorschriften wordt door het indienen van hooger beroep niet opgeschort.

Artikel 44.

(1) Het tweede lid van art. 27 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indië geldt, wat betreft deze wet, ook voor die in het genot van zelfbestuur gelaten gedeelten van Nederlandsch-Indië, waarvan de bestuurders het recht tot het ver-

Sluiten