Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met water gaan vlekken er uit, 't is niks," en ernstig streek ze het rokje weer glad.

„Je bent een nette kleine meid, maar je vertelde me dat je wel eens stout was, wat deed je dan?"

„O, eigenlijk niks, maar 'k mag niet hollen door huis en niet op de stoelen staan t'huis, en niet knoeien met me sevies, en ik mag ook niet in de tuin als tante in 't pieel zit."

„En doe je dat dan toch wel eens?"

„Nee, niet dikwijls, soms, 'n enkel keertje, maar niet lang, wel heb ik 's gemorst met het fonteintje; gisteren niet, maar dan nog een boel dagen vroeger. O! zoo leuk, alles was nat; we speelden voorbij-loopertje."

„Hoe gaat dat?"

„Dan hou' ik m'n vinger onder het kraantje en dan maggen Just en Jo voorbij loopen en dan mag ik spuiten en dan mag Just weer en dan Jo weer. Is hier ook een fonteintje?"

„Nee," loog hij, „er is er wel een, maar dat gaat niet."

„Da's jammer, da's erg jammer, vindt u niet? Willen we nou wat hout-honk doen?"

„Hoe gaat dat?"

„Dan is alles wat hout is honk!" Meteen kreeg hij een klap op zijn arm en met een: „Jij bent 'm!" stoof ze de serre uit en de eetkamer in.

Een weigering werd hier blijkbaar niet verwacht en dus ging Mr. F. van den Berg, advocaat en procureur, die dit spelletje zeker in geen 30 jaar meer had gedaan, aan 't krijgertje spelen; door z'n eetkamer, om de tafel langs z'n antiquiteiten kast, door de serre, door de rookkamer en weer in de eetkamer. Steeds trippelde het

Sluiten