Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gen, antwoordt: „O neen, papa. Alstublieft nog niet."

En het hoofd verdwijnt weer geduldig.

Maar eindelijk is toch alles in orde. Juichend stormen de kinderen op de gang.

„Papa! Waar is papa?"

Uit zijn studeerkamer komt hun vader te voorschijn.

„Gaat u nu mama maar halen. Wij zijn klaar."

In de ziekenkamer is het stil.

Mama ligt roerloos, met gevouwen handen. Zij staart naar den blauwen hemel, waarin bijna geen wolkje te ontdekken valt....

Een heerlijk, zacht westenwindje dringt van tijd tot tijd door het half-open venster tot haar door. Zij ademt diep....

In den tuin zingen de vogels. Met welbehagen luistert zij naar hun zoet gekweel, dat droomend, zacht, als héél uit de verte, tot haar komt.. ..

Ieder uur hoort zij de naastbij-zijnde kerkklok spelen en slaan ....

Somtijds kraait een haan ....

Met groote, verlangende oogen ziet zij het oogenblik te gemoet, waarop men haar zal komen halen om naar beneden te gaan.

Daar hoort zij weer het gejuich harer kinderen. En dat...? Is dat niet een bekende mannenstap op de trap?

De deur wordt geopend en haar echtgenoot treedt binnen.

„Nu maar opgestaan," zegt hij vriendelijk. „De kleuters verlangen naar je."

Sluiten