Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

engelachtige opgeruimdheid een oudejaars-avond hebben gevierd. Zij zijn begiftigd met eene radheid van tong, die haar gedurende de lange jaren dat zij onder de benijdenswaardige rubriek der „oude vrijsters" hare plaats met eere innamen, den bijnaam van „de wandelende courant" deelachtig deed worden. De goede menschen hebben eene gemakkelijkheid van conversatie, waaraan men in elke andere stad eene zeer hatelijke benaming zou durven geven, doch die integendeel hier op waren prijs gesteld wordt.

Die onverwelkbare schoonen weten van ieder wat te vertellen, en daar zij een dweepziek gemoed hebben, dat licht tot verdichting overhelt, komen zij meermalen tot verhalen van anderen aan anderen, die zij met groote vaardigheid uit haar lieve mouw schudden.

Booze menschen, want die vindt men overal, durfden reeds zeggen dat die herfstachtige maagden zich schuldig maakten aan de hebbelijkheid, door Kotzebue gebrandmerkt. Zij lasteren! Hoe kan men zulk een zwarte ondeugd met de zuiverheid van hare blanke onschuld en den bedeesden opslag van haar kleine grauwe oogen overeen brengen! Dat de eene vriend den ander den goeden raad geeft om die antiquiteiten maar in vredes naam te ontzien, omdat het niet bepaald voordeelig voor de reputatie is, die schatjes tot vijandin te hebben, bewijst immers niets.

Deze oude vrijsters kunnen zich maar niet verbeelden dat Saturnus reeds veel letsel aan haar aanminnig uiterlijk heeft toegebracht; zij stellen zich hare lieftallige trekken nog altijd zóó voor, als die 'n twintigtal jaren te voren zich in het spiegelglas vertoonden, en de

Sluiten