Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de borst gevouwen, en de radelooze moeder, in allerijl toegesneld, was maar niet tot bedaren te brengen.

Zij wilde niet gelooven dat alle hoop verloren was.

Hoezeer moest ik het betreuren, dat ambtsbezigheden elders mij geroepen hadden; wellicht dat....

Doch ik zorgde wel, dit niet uit te spreken.

De bui was afgedreven ; al wierp een flikkering, voor 't laatst, een vaalblauwen schijn op dit somber tafereel.

Een enkel woord van vertroosting deed de staroogende blik der half waanzinnige vrouw op de lippen besterven. Zij had haar zoo lief gehad, haar eenig kind; ze had er zoo hard voor gewerkt, om de kleine, naar haar bekrompen middelen, goed te doen.

Jong, levenslustig, zóó zag zij haar kort te voren heengaan — en nu was ze voor immer heengegaan.

Maar dat kon toch niet zijn .... Hartstochtelijk snikkend wierp zij zich weer op het starre lichaam en met kussen bedekte zij het strak gelaat, en nog altijd meende zij er het leven in terug te brengen.

Ruwe mannen stonden, in wijden kring, om het kind dat voor hunne oogen verdronken was, en dat zij 't niet hadden kunnen redden, dat zij 't niet hadden gered, schenen ze elkaar te verwijten.

Het stond op hun gezicht te lezen.

De een na den ander verdween; zwijgend — zooals ook de vader, die 't niet langer kon aanzien en met vochtig oog, met stokkenden adem teruggetreden was.

Het was zoo'n aardig boerenkind geweest. Zoo dikwerf was het, vriendelijk groetend, langs ons heen gegaan; diezelfde brug over, om vader die „op het werk" was, den middagkost te brengen.

Sluiten