Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Weet je wat goed in orde is bij jelui — eigenlijk wat al te goed ?"

„Nu?"

„Je telegraaf. Dat ding tikt en knettert dag en nacht onafgebroken door; 't is om iemand stapelgek te maken," sprak Brondveld, die als militaire intendant van al de telegrammen, die overal hem wisten te bereiken, heel wat te lijden had.

„Vooral die arme fortcommandanten beklaag ik."

„Waarom beklaagt u die, als 'k vragen mag?" dus verhief eensklaps zich de stem van overste Van Damme, die was binnen gekomen zonder dat we in 't schemerduister de deur hadden zien opengaan.

„Omdat zij tot 's nachts in hun krib met telegraphische berichten vervolgd worden, overste."

„Dat is om hen waakzaam te houden."

„En tureluursch te maken!"

„Dat er werkelijk gevaar voor bestaat, aan 't malen te geraken, kan niet worden ontkend," sprak Buisman. „Een paar jaar geleden werd daarvan het overtuigend bewijs geleverd. Ze hadden een fortcommandant door eene eindelooze serie van vragen, bevelen en berichten zóó van streek gemaakt, dat de man besloot, er radicaal een eind aan te maken."

„Ik zou wel eens willen weten, hoe een fortcommandant dit zou kunnen doen?" sprak de overste een weinig uit de hoogte.

„Wel doodeenvoudig: h ij sneed de telegraaflijn door — en toen was 't uit."

„Zoo iets is onaannemelijk in dienst, meneer!"

„Het is onwaarschijnlijk — maar waar, overste. Het

Sluiten