Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zichtigheid genaderd — en eindelijk had alleen het tikken van ons horloge ons kunnen verraden!

We konden ons niet ontveinzen, dat in het fort een meer dan gewone bedrijvigheid heerschte, het uur van den nacht in aanmerking genomen; ja, er was in het joviale der geboden gastvrijheid iets sarcastisch, uittartends gelegen.

Eerst deed de overste, of dit alles hem ontging, en onder een onverschillig praatje dronken wij den warmen drank, die ons verkwikte; maar bij het afscheid nemen kon hij toch niet de vraag weèrhouden:

„Wist u, dat we zouden komen?"

„Dat kwam ons niet onwaarschijnlijk voor, overste," was het gulle antwoord.

„Hoe kon u dat weten — dat zou ik gaarne vernemen."

„Wel, heel eenvoudig. Een half uurtje geleden werden we uit onze zoete rust opgeschrikt door dit telegram — van den leider en door uw kantoor onmiddellijk doorgezonden. Het telegram was onderteekend: „op last, Krom" — de officier van gezondheid, die nog nooit een order geteekend heeft.

„We begrepen dus dat u, met de andere officieren, op maraude uit was; wij vermoedden, dat ook wij wel eens bezoek konden krijgen en de uitkomst heeft geleerd, dat ditmaal niet geheel werd misgetast.

Wij proestten 't uit, na die merkwaardige explicatie; welke in hare soort ook eene „verrassing" was.

„Vervloekte telegraaf!" was al, wat de overste zei, die 't in dezen nu met ons eens was.

( Wordt vervolgd).

Sluiten