Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koppen over de zandbank heen en braken tegen het gestrande stoomschip „Triskar," doch, volgens den loods was dat geen bewijs voor zee, buitengaats. Op de „Razende Bol" is altijd branding, zelfs bij 't mooiste weer van de wereld.

Toen evenwel de uiterton van het „Schulpengat" achter ons lag en de loods met zijn sloepje terug was gegaan naar het loodsvaartuig, bemerkten we maar al te spoedig dat de weerkundige het ditmaal totaal mis had gehad.

Rimpeltjes? Jawel. De oude, grillige juffrouw Noordzee was niets in haar humeur, ze had blijkbaar dien morgen nog geen toilet gemaakt, en alle leelijke plooien en groeven in het verweerde uiterlijk van de stokoude, kwaadaardige heks, kwamen op het scherpst uit. Wat haar dien morgen bezielde is een raadsel, maar ze maakte zich hoe langer hoe boozer. Eerst solde ze wat met ons en rolde het scheepje wat heen en weer, doch al heel spoedig werd ze giftig nijdig op den armen schoener en overgoot hem met water, dat het een lust was, terwijl zij hem heen en weer slingerde en schudde en door elkander stampte tot het scheepje moe werd en begon te zuchten en te kraken.

En de wind, een vriend harer waardig, en steeds gereed haar te helpen, waar het geldt den armen zeeman

3) De uiterton is de verst in zee liggende ton van eenig vaarwater, hier dus het uiterste merk van het Schulpengat, ongeveer het vroegere Landsdiep, uit de tijden van de Witt, het meest zuidelijke der vaarwaters naar de reede van Texel. Ver buiten een vaarwater of bank ligt soms een ton de z. g. verkenningston, die echter niet kan gerekend worden te behooren bij de eigenlijke betonning van een bepaald vaarwater.

I. 9.

Sluiten