Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gekaakt en ingezouten, terwijl bovendien een puts ^ vol pas gevangen, versche haring meekomt, en het verzoek om de gegiste lengte en breedte en een stukje zout vleesch voor de bemanning van de bom. De onderofficier van de sloep, die naar het een en ander heeft moeten informeeren, rapporteert dat de bom zes weken uit is en twee en twintig lsst heeft gevangen. Over een paar dagen is ze vol en gaat naar huis. De andere Hollandsche visschers zaten meest om de Noord op zes of zeven zeemijl.

Het sloepje gaat nog even terug met het bestek en het vleesch en als den schipper verder een goede vangst en gezondheid is toegewenscht, wordt de telegraaf weer op „vol vooruit" gezet en den roerganger order gegeven naar het bewuste Katwijker bommetje te sturen.

Intusschen wordt het zeebanket naar „achteruit" gebracht, waar de hofmeester er een deel van voor de officieren afneemt, terwijl de rest vooruit door den bootsman onder de verschillende bakken verdeeld wordt. De hofmeester is in zijn element, hij heeft zijn vaatje al lang schoon en alles in orde voor 't inzouten. Hij is het al gewoon, dat als het schip weer binnenkomt, de „Heeren" graag een dozijntje naar huis sturen en uit welbegrepen eigenbelang zorgt hij wel dat die dozijntjes dan ook puik, puik zijn.

De eerste haringen worden met belangstelling bekeken en besproken; na „vastwerken" is ieder druk in de weer zijn portie schoon te maken. Van de brug is het een aardig gezicht al die bedrijvige menschen, door 't mooie

1) Scheepsbenaming voor tobbe.

10

Sluiten