Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steeds ontgelden als den kapitein iets bijzonders trof, of als hij op krachtigen toon zijn gevoelen wilde uiten, want dan wond hij die voortdurend om zijne vingers, onderwijl tusschen zijne halfgeopende lippen den vloek uitstootende, „Kubiek! Mordieu ! Kubiek!

Zijn naam en het woord „Mordieu" was het eenige fransch dat den braven Hollandschen officier aankleefde, doch dien zoogenaamden vloek, vooral het woord „kubiek", gebruikte hij bij meest elke gelegenheid.

Niemand was meer „the right man on the right place", dan die kapitein te Moeara Kompeh, 'net lievelingsoord der tijgers in 't algemeen en der koningstijgers in 't bijzonder, die zich ophielden in het uitgestrekte, onmetelijke en ongerepte woud, dat deze streek van het overige deel der Residentie Palembang scheidde, zoodat de gemeenschap met de hoofdplaats alleen over zee

mogelijk was.

Behalve omtrent zijne heldenfeiten, die hem reeds vroeg het toen zeer spaarzaam verleende ridderkruis der Militaire Willemsorde bezorgden, waren de meest ongeloofelijke verhalen in omloop omtrent zijne tijgerjachten; wat daarvan waar was, is niet uit te maken, daar d'Horvan altijd alleen op dat jachtvermaak uitging, niet zoozeer omdat hij niet vergezeld wilde zijn, als wel omdat nog niemand zich in staat gevoeld had en genoeg op zijne zenuwen meende te kunnen vertrouwen, om°de groote gevaren te trotseeren aan die jacht verbonden. Zooveel is echter zeker, dat hij nooit zonder buit terug kwam, dat wil zeggen, dat hij helpers kwam halen die hem moesten bijstaan om den dooden tijger naar huis te brengen, welke slachtoffers steeds allen

Sluiten