Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dierbaar Vaderland heeft behoed, en sluiten wij ons naauwer en naauwer aaneen, opdat W ij Zijnen zegen

mogen waardig blijven.

Laten , wij ons dagelijks afvragen, of wij onze pligten als Nederlanders jegens het "V aderland, Ik als Koning, Gij, Mijne Heeren, als vertegenwoordigers des Volks, allen hebben vervuld, en die Regter, die in ons binnenste is, dien niemand verloochenen kan, zal ons den weg wijzen tot handhaving der eer, tot bevordering van

het belang des lands.

Onze rustige houding, in deze bewogene tijden heeft ons niet slechts behoed voor groote rampen, zij heeft ook het aanziert des Rijks vermeerderd; want zij heeft de bewondering van alle beschaafde volken tot zich getrokken.

Ik verbind Mij aan een volk, grooter in deugden dan in het bezit van een uitgestrekt grondgebied; krachtiger door eensgezindheid dan door zielental. Het is eene grootsche roeping, Koning van zulk een \ olk te zijn."

Na het houden van deze toespraak stond de Koning op, en legde blootshoofds met luide stem, den bij de staatsregeling voorgeschreven eed op de Grondwet at,

aldus luidende!

„Ik zweer aan het Nederlandsche Volk, dat ik de Grondwet van het Rijk steeds zal onderhouden en handhaven.

„Ik zweer dat ik de onafhankelijkheid en het grondgebied des Rijks met al mijn vermogen zal verdedigen en bewaren; dat ik de algemeene en bijzondere vrijheid, en de regten van al mijne onderdanen zal beschermen,

Sluiten