Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders was als een „bökkem"') met aa ngezette vleugels.

De vertooning was ineens ten einde, toen een groote nachtuil aan de beurt kwam, waarbij in koor gebruld werd: „Manes!"

„Rakkers-kinjer!"2) zeide Manes dreigend, doch wij stonden reeds op straat, gierend van pret om de nijdige gebaren van den ouden man, die ons den volgenden dag weer vriendelijk zou toeknikken met zijn: ,,'n Daag s), jongeneer!"

In den tijd der „avelen" was dit vischje het hoofdhandelsartikel van Manes, en zijn kruiwagen was dan niet alleen voor de lagere schooljongens, maar ook voor de Hoogere Burgers en zelfs voor vele particulieren een welkome verschijning.

Twaalf en vijfentwintig dier gerookte vischjes aan een touwtje geregen, werden nu en dan draaiend en slingerend in de hoogte gehouden, en luide klonk dan het: „Toesjo! Toesjo! Ze léven nog!"

„Tout chaud!" had hij waarschijnlijk in Marseille de kastanjewijven hooren roepen, en sedert dien tijd was al wat Manes als puik wilde aanprijzen: „Toesjo!"

Gekker gezicht heb ik Manes nooit zien zetten, dan eens in dien „avelen"-tijd, toen hij met nog vier- of vijf risjes avelen op zijn kruiwagen voor het huis van Grobben in de Steenstraat stilstond. Karei Grobben had Wil-

1) Bokking.

2) Rakkers-kinderen.

3) Verkort van Gooien daag.

Sluiten