Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze schermutselingen bijna aan de orde van den dag, maar onwrikbaar bleef de oude man bij zijn eenmaal aangenomen houding, die hem gemakkelijker werd gemaakt, doordat Willem, door overspanning werkelijk afgemat, slechts zwak en zwakker tegenstribbelde. De laatste dagen waren voor hem zelfs zoo vol spanning dat hij, die door de studie reeds veel van zijn krachten had gevergd, thans het bed niet mocht verlaten.

Voor den rechter vinden wij dan ook alleen Manes en de drie vechtersbazen. Er zijn twee rechtszaken te behandelen, en wel ééne tegen de drie aanvallers, en eene tegen Manes, wegens het toebrengen van lichamelijk letsel zonder noodzaak. In de eerste zaak is gauw beslist, allen bekennen, en de eisch is veertien dagen tegen het driemanschap.

Nu komt Manes als beschuldigde aan de beurt Hij bekent zonder noodzaak voor hemzelf zich in het gevecht te hebben begeven, verklaart geslagen te hebben, twee van de drie anderen hebben Manes zien slaan, en, niettegenstaande noodweer gepleit wordt, is de eisch v ij f dagen.

Willem doorleefde een ellendigen tijd, en alleen de telkens zich uitende blijdschap van Alanes kon hem weerhouden te bekennen, dat niet deze doch hijzelf-de schuldige moest wezen, want hij wist bijna zeker dat zijn stok niet uit zijn handen was geweest gedurende het eerste gedeelte van het gevecht.

Manes was het heertje. Overal waar thans zijn bekend figuur verscheen, klonk hem een vriendelijk woord tegen:

„Good gedaon, aaie!"

Sluiten