Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Eederen uul is nog geine valk, mer dao zeen der toch, wa Manes?"

„Manes, es ich ooit ruzie krieg" enz.

„Danke Heeren!" zei Manes, als hij hier en daar een sigaar of een kwartje kreeg, en op zijn eierplankje stond thans soms menig dubbeltje, wanneer hij de gelegenheden bezocht, waar in den zomer de stadslui buiten hun glas bier gaan drinken.

De uitspraak viel niet tegen.

De belhamels hielden den vollen eisch, Manes bracht het er af met ƒ 3 of 3 dagen hechtenis.

Het spreekt vanzelf dat de boete betaald werd, en lustiger dan ooit zag men hem nog denzelfden dag te midden der schooljeugd staan, aan welke hij moest verhalen hoe hij die aanvallers had getrakteerd.

Het was jaren na het boven verhaalde, en weer bracht ik een paar weken in mijne geboortestad door.

Men vertelde mij hoe de een naar verre landen was vertrokken en er fortuin had gemaakt, terwijl de ander, die meer had beloofd, er tot armoede vervallen of verdwenen was; hoe deze was getrouwd en gene gestorven.

En onder de gelukkigen noemde men mij Willem Korver, getrouwd met de vrouw zijner keuze, zooals dat in dien stand helaas te weinig voorkomt, vader van een paar allerliefste meisjes, als geneesheer en als mensch algemeen geacht.

Onder de bekende personen, die het aardsche hadden vaarwel gezegd waren meerdere jongelui, kennissen, een

Sluiten