Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boezem op over zijn brassen en zwieren, die hij echter veinsde niet te herkennen als gewetensstemmetjes. En dat verbeterde zijn humeur niet en eer hij aan 't eind van zijn werf was, had hij zooveel grieven tegen de bedilzucht van zijn broer opgestapeld, dat hij zichzelf een gek vond, zoo geduldig diens praatjes aangehoord te hebben.

„Wat had-ie 't mooi aangelegd, om mij met een

kluitje in 't riet te sturen en zelf bedenkt hij,

maar onderwijl fluistert een inwendige stem: „„Dat weet je wel beter; Jacob zal je niet te kort doen."" ,,'t Is ook veel beter, dat ik alleen zaken doe. .. " „„Als je dan maar werkelijk zaken doet en niet in de kroeg blijf plakken....""

erbeeld-je, net of Jacob zoowat al het werk verricht!"

„„Zou dat dan zooveel schelen?""

En het gladde, stippelbastige stammetje van een appelboompje met de groote vingers omvattend, bindt hij dit met een opwellende bui van arbeidzaamheid recht tegen een stok aan, snoeit een paar takjes weg, rukt wat onkruid uit, zichzelf van eigen vlijt trachtend te overtuigen.

Maar weldra loopt hij in zichzelf grommend het middelpad weer af, zijn bezorgdheid voor de toekomst wegredeneerend door rooskleurige beschouwingen. En hij is den weg op, eer hij zich bewust is wat hij daar eigenlijk te verrichten heeft. Schuw draait hij het hoofd van zijn huis af, voelend den treurig strarenden blik van van zijn vrouw op hem gericht met liefderijk smeeken, dat hem terug zou trekken, als hij zichzelf meester was.. . . En als hij „De drie sterren" is ingegaan, met welbe-

*• 16

Sluiten