Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hagen de hangende jeneverlucht inademend, maakt hij zich nog wijs, dat hij „geen drop meer" zal drinken en als hij het eerste glaasje heeft leeggewipt paait hij zijn vage wroeging er mee, dat hij best weet, hoever hij kan gaan. . ..

Maar weldra suist het luchtig in zijn brein, waar duizelend zijn laatste restje zelfwaarneming wegteert en vroolijkheid daalt in zijn hart en zijn voeten zijn licht, als wilden ze ten dans en zijn makkers bij het gezellige kaartje zijn zulke innig-fideele kerels en de herbergier is een allemachtig beste vent!....

En als hij naar huis schuifelt en stommelt, warrelt door de draaikolk in zijn hoofd een vage vrees voor een paar oogen vol tranen, die zijn starre blik zelfs nog zal opmerken en hij vloekt .over het sobere straaltje, dat daar pijnigend boort door de dansende nevels in zijn hoofd-vol-ruischende-vreugde-en-zonder-gedachte. . . . En hij scheldt en tiert op zijn schreiende vrouw en angstige kinderen en smijt zich op een stoel, met de ellebogen op tafel indommelend....

II.

„Bram blijft weer lang weg," roept Jacob Entwas met de hand aan den mond tegen het stokdoove vrouwtje met het rimpelig pippelingengezichtje.

„Ja, ja, beste leverworst van den slager op de Appelemart; neem nog een plakkie," antwoordt zijn hospita

Sluiten