Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

,,'t Geloof kan ik je niet geven, maar we spreken mekaar wel nader, maatje!"

Die kok met zijn akelige bijgeloovigheden! Mijn prettige stemming had hij totaal bedorven! Den geheelen verderen middag soesde ik over vergaan, vergaan en nog eens vergaan, en 's nachts droomde ik zoo waar van allerlei nare dingen. Maar den volgenden dag zette ik mij over het geval heen. Wat ratten die over boord springen, als ze niet opgejaagd worden, wat vergaan! Ouwe-wijven praatjes, bakersprookjes! En werkelijk 't gelukte me om niet meer aan 't „voorteeken" te denken, totdat....

*

* *

Den volgenden dag vertrokken we en den i5den gingen we zee in.

Het weer hield zich uitstekend.

Ik had 't aan boord recht naar mijn zin. Het eten was opperbest: 's morgens haring bij de gort, altijd aardappelen met groente, keurig brood, goede koffie en een borrel daags. Voor mijn jaren verdiende ik goed geld, en ik behoefde lang niet zoo hard te werken als op mijn vorig schip. Ik had enkel te pompen en het schip schoon te houden. De behandeling die ik ondervond, liet niets te wenschen.

De Amelanders leerde ik als een uitstekend zeevolk waardeeren. De kapitein — ook een Amelander — was een humane kerel. En bevaren! Neen maar, zoo'n besten jager heb ik nog nimmer ontmoet. Hoewel de „Willem" ellendig liep, maakte hij toch altijd veel vluggere

Sluiten