Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik geloof dat het toeval ons in deze dagen gunstig is: ik heb voor de zomermaanden een klein optrekje gehuurd in den omtrek van de Witte Brug, vlak bij de Scheveningsche Boschjes, en hoop daar met mijn vrouw en de twee jongens van het heerlijke weer te genieten. Doe me een genoegen en schrijf me even met welken trein je komt, dan zal ik je afhalen. Je bent op ieder uur en op iederen dag welkom.

Je zult schik hebben in die twee kleine kleuters van me: gezonde, dikke jongens, die al heel wat kattekwaad uitvoeren. Ze verlangen evenals Marie eens met je kennis te maken, want ze hebben mij je naam al dikwijls hooren noemen.

Tot spoedig dus, naar ik hoop. De groeten van de huisgenooten en van je vriend

Henri Hellouw."

Herman de Groot lag languit op de canapé, en de brief lag open voor hem, op een klein tafeltje.

't Was zomer; de warmte kwam in luwe golven binnen door de hoog opgeschoven ramen; buiten klonk het drukke, gonzende stadsgewoel, het ratelen van karren, het bellen van trams, het roepen van stemmen. Maar zooals Herman daar lag, kon hij de straat en de huizen niet zien; alleen de takken van den lindeboom die vóór zijn raam stond, en de blauwe lucht, waarin witte zomerwolken dreven.

En nu was het hem alsof het gonzen van de stad plotseling had opgehouden, alsof alleen de zomer er was, en zelfs kwam vaag een zachte geur van viooltjes de kamer binnen. Vreemd, die zoete, bedwelmende geur — was het vandaag niet juist bloemenmart? of

Sluiten