Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lui's leven — maar overigens een zeer gerangeerd bestaan, niet bepaald vervelend, maar ook zonder emoties of buitensporigheden. Hij kwam bij twee of drie families aan huis en zat overigens veel op zijn kamer; men zag hem graag zonder nu juist enthousiast voor hem te zijn; men mocht hem lijden omdat hij zich correct gedroeg, aangenaam kon converseeren en wat aan muziek deed; omdat hij niemand 't hof maakte, wat kon meepraten over literatuur, en er op zijn levenswijs niets aan te merken viel. Hij was een van die middelmenschen; geen nul en geen groot talent, iemand, dien men een bedaarden, netten man noemt, aan wien niemand bepaald het land heeft, maar die ook niet gemist zal worden; die bestemd is een bescheiden rolletje te spelen, en dan af te treden zonder teruggeroepen te worden, den indruk nalatend dat hij behoorlijk zijn plicht heeft gedaan.

Als zoodanig had hij zichzelf ook steeds beschouwd; hij wist wel dat er meer van hem had kunnen komen, dat hij 't zelfs ver had kunnen brengen — maar waartoe was 't noodig? Zijn tijd was voorbij, de periode, waarin hij gelééfd had, gedweept en geidealiseerd, was afgesloten. En nu had hij zich met zijn regelmatig kantoorleven al geheel verzoend. Hij behoefde niet hard te werken, bezat eenig fortuin, en had geen zorgen.

Alleen een enkele maal kwam het „er was er eens" wel aan de deur van zijn hart kloppen. Dat was op sommige van die lange winteravonden, als buiten de sneeuw valt, als de noordenwind in den schoorsteen huilt, en de houtblokken in den gonzenden haard hoog opvlammen, met knetterend vonkengespat, als het zeer

Sluiten