Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Maar, juffrouw, hoe kan u zoo iets vragen!"

„En ik mag wel zeggen: hoe kan u zoo iets doen, zonder mij een weinig te raadplegen. Ik dacht, dat wij beter vrienden waren. Buitendien is het een zaak, die voor mij van het hoogste gewicht is. Wat moet er van mij worden, als u hertrouwt? Natuurlijk, u is mij geen rekenschap verschuldigd. Maar toch.... (En hier liet zij mismoedig haar vriendelijk kopje hangen. Wist zij, dat haar blanke gevulde hals op 't allervoordeeligst uitkwam? Wie zal bij een knappe vrouw de grens aangeven tusschen bewuste en onbewuste coquetterie?).

De doctor in de Ned. Taal en Letteren scheen het in genoemde taal en letteren nog niet ver gebracht te hebben. Zijn huishoudster was hem daarin ver de baas. Hij kon geen woord Nieuw-Nederlandsch vinden. Op zijn hoogst had hij een Middel-Nederlandsch minnedichtjen kunnen uitbrengen, waarin voorkomt van poezelig en vetjes, want hij zat perplex naar den blanken hals van juffrouw Elgers te kijken. Deze herstelde zich, en zei op verzoenenden toon:

„Doch laten we daarover geen woorden meer verspillen. De zaak is gebeurd, en ik zal ze u op één voorwaarde vergeven. U weet, vrouwen zijn nieuwsgierig. Laat me de brieven lezen, die u ontvangen hebt. Dan zal ik voor u kiezen."

En met een vleiend stemmetje en een blik, die den goeden doctor geheel van streek bracht, voegde zij er aan toe: „Zóóveel hebt u toch wel voor mij over?"

Nu was het de beurt aan hem om diplomatiek te zijn. Inzage van de brieven te weigeren, dat, gevoelde hij, was hem onmogelijk. Haar stem en blik beheersch-

Sluiten