Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De stoet slaat een zijweg in; men nadert het kerkhof, 't Is een zandweg en diep zakken de wielen in de modder weg. In glijdende, lange passen plassen de volgers door de zuigende modder achteraan.

Daar marcheert het vuurpeloton weer vooruit en posteert zich bij den ingang van het kerkhof.

Ook de wagen houdt daar stil en de baar wordt er bij neergezet. De dragers vatten de kist aan en schuiven haar tot op den rand van den wagen.

„Pak aan!" zegt de lijkbezorger. „Een-twee-hujoep!" Zacht wordt de kist op de baar neergezet, kolbak en sabel worden er afgenomen en het lijkkleed opgerold.

„Aanpakken. Voorwaarts!" klinkt het kommando.

Daar dreunt het tweede salvo, zwak teruggekaatst door den echo.

De wandeling is niet ver; 't is maar een klein lapje grond, dat Protestantenkerkhof.

De doodgravers staan gereed en de kist wordt op de planken boven het graf neergezet. Zij slaan twee touwen om de kist, wijdbeens staan ze boven den kuil, met gekromden rug hun zwaren last heffend, dan worden de planken weggetrokken en zachtjes daalt de kist op den bodem neer.

De touwen worden weggenomen en de lijkbezorger ziet vragend den officier aan. Deze treedt een pas naar voren en neemt den kolbak af.

En dan klinkt boven het graf een kort, hartelijk afscheidswoord.

Daar heeft hij recht op de overledene en hier aan de geopende groeve, die plek aan den leugen gewijd, waar de menschen de nagedachtenis van hun afgestorvenen

Sluiten