Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Doorn, het beklagen, zoo'n moeder en zoo'n vader te hebben.

„Je kijkt verbaasd ? Luister," vervolgde hij op gedempten toon.

„Mijne vrouw leerde -ik te New-York kennen.

„Aan den wal gaat een zeeman natuurlijk hier en daar kijken, en zoo liepen wij dikwijls naar de café's chantants, in onzen tijd de tingeltangels genaamd.

„Zij zong in een van die inrichtingen, daar heb ik haar het eerst ontmoet en gesproken, dat herhaalde zich, en voor haar nam ik mijn ontslag uit de betrekking op de boot.

„Met een paar overgespaarde duiten zou ik tijdelijk mijn weg gemakkelijk vinden, en een bekwaam hofmeester kan dadelijk herplaatst worden, zoo redeneerde ik.

„Je hebt medelijden met me, is het niet, dat ik zoo goedgeloovig, zoo'n stumper ben, die vrouw een juweel te noemen.

„Oordeel echter niet, vóór je haar kent."

Met schitterende oogen keek hij mij aan; het was hem aan te zien, dat er een vuur in hem ontbrandde, toen hij van zijne vrouw sprak.

„In het geheel niet," antwoordde ik, „onder een ruwe bast schuilt dikwijls een edel hart "

„Ze is niet ruw," viel hij mij in de rede. „Ze is zacht van aard en ze is mooi, heel mooi. Men noemt haar „1'étoile anglaise"; ze is eene Engelsche.

„Als je weet hoe zij café-chantant-zangeres geworden is, als je haar hebt leeren kennen, dan kan het niet anders of je zult eerbied voor haar hebben.

11. 2

Sluiten