Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als hij niet meer werken kan, meent Tinus. Laat maar, laat maar! Femme behoeft niet bezorgd te zijn. Wat gaf het nou, al ging hij dood, wat hinderde dat? Als hij er niet meer was, kon Femme immers alleen nog veel beter haar brood verdienen, dan nu hij zooveel kostte aan drankjes, poeiers en al die dingen. En Evert was er dan ook nog.

Foei Tinus! Jij dood? Je spreekt zondig. Hoe kom

je daar nu zoo bij?

Zou je dan erg huilen, Femme, als ik zoo in eens weg was, heelemaal weg en nooit meer terug kwam ?

Zeker zou ze huilen, zeker zou ze dat doen, als haar man zoo maar in eens weg was.

Alsof je nu van je man altijd het meest moet houden, mompelt Tinus met halve stem.

Haastig duwt hij den kruiwagen voor zich uit. Een troepje zeemeeuwen vliegt krijschend van den weg op en neemt de vlucht in de richting van het strand.

Nu kan Femme haar tranen niet weerhouden. O

Tinus! Tinus!

Kom Femme, je moet niet huilen. Waarom dat nou ? Omdat hij zich dat nu zoo plotseling laat ontvallen? 't Was immers maar gekheid. Hij meent er niets van, niets. O ja, hij weet het wel, hij praat zeker weer heel mal. Maar zijn hoofd gloeit en bonst vandaag ook zoo verschrikkelijk. Op sommige oogenblikken draait hem alles voor de oogen: dan is hij benauwd en zou hij wel willen weg kruipen, voor Femme, voor anderen, voor hem zelf. Soms heeft hij lust voort te hollen, al verder. Kom Femme, je moet niet huilen. Kijk het volgend jaar gaat hij ook in schapen handelen; Evert zal

Sluiten