Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mama vergat geheel, dat zij in dien tijd treurde om den dood van onzen eigen vader, die gestorven was na de geboorte van Nel.

Wij waren heel gelukkig. Toen kwam mijnheer Haersma; hij was onze voogd en hij bracht ons poppen mee, die wij bijna te mooi vonden om aan te raken. En voor mama juweelen, die zij op ons kleine dorpje niet kon dragen en hij kwam telkens weer en bracht steeds nieuwe cadeaux mee, zoodat het oude dierbare speelgoed weldra vergeten in de kast bleef liggen. En weldra lieten wij alles in den steek, ons gezellig huisje, onze ouderwetsche meubels, ons speelgoed, en trokken met mijnheer Haersma naar de stad in een groot, rijk gemeubeld huis en noemden hem voortaan vader.

Frits Ebeling ontmoetten wij weer in de stad, hij had alleen 's zomers buiten gewoond en hij bleef Nelly's vriend.

Mijnheer Haersma had daar nooit iets tegen gehad, ook niet dat Nelly en Frits geëngageerd raakten. Hij had heel veel zaken gedaan met den ouden heer Ebeling, hij had zelfs den wensch weieens uitgesproken, dat Frits en zijn zoon Ernst de beide kantoren later zouden vereenigen en compagnons zouden worden. Nu was de oude heer Ebeling echter failliet en was mijnheer Haersma een van de voornaamste crediteuren; hij, die in zaken anders zoo nauwgezet en angstvallig was, zoodat hij om zijne eigen woorden te gebruiken in zaken zijn eigen zoon niet zou vertrouwen, hij had een onbepaald vertrouwen in de soliditeit van het kantoor Ebeling bezeten en den ouden heer op zijn woord geloofd. „Met den zoon van dien schurk zal mijn dochter nooit trouwen;" herhaalde hij nu echter telkens weer.

Sluiten