Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kelijkheid schreide ik om mijn eigen ongevoeligheid.

Na den dood van Walters moeder keerden wij naar huis terug. Walter wachtte terstond eene teleurstelling. Hij was niet tot leeraar te M. benoemd.

Het speet mij ook oprecht, ik had een nieuw leven willen beginnen en dat zou mij zooveel gemakkelijker in eene andere omgeving zijn gevallen. Ik gevoelde bij instinkt, dat de omstandigheden hier het mij zoo moeielijk zouden maken, dat ik zou bezwijken voor de verleiding. Mijn vrees werd bewaarheid. Ik geraakte opnieuw in den ouden sleur.

„Kun je van middag niet eens bij mij komen?" had Nel mij per briefje gevraagd. Zij had den laatsten tijd menig uurtje in ons huis doorgebracht. Na den dood van de oude mevrouw Kamerling van den Berg was ik natuurlijk veel thuis. Nel ging ook zelden uit als Frits in Leiden was en kwam mij veel gezelschap houden. Walter was altijd bijzonder op de komst van Nel gesteld en wij brachten met ons drieën gezellige avonden door. Walter vertelde boeiend: .,Ik zou meer kunnen schrijven, als ik iemand had, die alles voor mij opschreef," zeide hij eens. „Ik kan beter denken als mijn handen werkeloos zijn."

„Dus een secretaris?" vroeg ik lachend.

„Ja."

„Zouden Wenda en ik dat niet om beurten kunnen doen?" stelde Nel voor.

«

Sluiten