Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roept Adam, en opnieuw bejammert hij hun beider lot, belijdt zijn schuld, maar bestraft Eva, omdat zij hem verstrikt heeft en hem verstand en rede deed verliezen.

En Eva verontschuldigt zich niet meer.

„Adam, beau Sire, bien m'avez blamée, Ma vilenie montrée et reprochée."

Ze erkent de zonde gepleegd te hebben en neemt de gevolgen aan. Al het leed haar opgelegd zal ze dragen; als 't mogelijk was, zou ze zich zelve ten offer willen geven, en ze roept den dood aan, om haar te halen. Evenals Adam, denkt ook zij met smart aan de nakomelingschap, die zoo bitter zal moeten lijden voor hare zonde.

„Le fruit fut bien doux, et la peine est bien dure."

Toch is in haar vrouwenhart de hoop nog niet geheel vernietigd en ze troost Adam en zich zelve met deze woorden:

„Pourtant en notre Dieu je mets mon espérance, Un jour le pêché pardonnera.

II nous rendra sa grace et sa présence,

Nous tirera d'enfer par sa puissance."

En nu omhelzen de ongelukkigen elkander, maar, terwijl zij troost en steun zoeken in hunne wederzijdsche liefde, komen Satan en zijne gezellen op hen af, sluiten hen in ketenen en voeren hen onder groot geraas naar de hel.

In den ouden tijd werd er van zoo'n vertooning van het rijk der duivelen veel werk gemaakt. Dikwijls bevond het zich onder het tooneel, waar men meer ruimte

Sluiten