Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schoone luchtkasteel zijner zedelijke verbetering in volle glorie opgetrokken en de rijke rente er van zijn moeder in den schoot geworpen.

Hij weerstond manhaftig de verleiding, om ergens een bittertje te gaan drinken. Het bankje moest tot dien avond ongeschonden blijven. Daarom ook verwierp hij het denkbeeld, dat een oogenblik een punt van overweging bij hem had uitgemaakt, om nu eerst de bewuste tien gulden aan zijn kleermaker te betalen. Immers met klinkende munt in den zak zou hij zoo licht op dit voor „bitteren" bestemde uur in het een of ander koffiehuis verzeild kunnen geraken en wie weet, of hij dan nog wel genoeg overhield, om met Van Asperen af te rekenen.

Hij kende zichzelf; men ontmoet zoo licht vrienden als men los geld in den zak heeft, en een paar borrels, in vroolijke stemming gedronken, doet zoo vaak verplichtingen vergeten.

Van avond zou het iets anders zijn. Van Asperen kon hij vragen, om hem onder het geld, dat hij van zijn bankje terug moest hebben, een tientje te geven, een mooi goud tientje: dat zou hij dan zeker niet aanbreken, dat kon veilig bewaard blijven in zijn vestzak, om er den volgenden dag den Mr. tailleur mede te verblijden.

De paar gulden, die hem dan nog resten zouden, waren bij eenige zuinigheid voldoende, om in zijn kleine behoeften te voorzien, gedurende het verdere gedeelte van de maand. Want als hij met Van Asperen afgerekend had, dan kwam hij daar niet terug, dat was nu zeker. Dat verwenschte crediet zou er hem niet verder onder werken. Daar moest een eind aan komen. Hij had

Sluiten