Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Nu ja," zuchtte de moeder, „maar je hadt toch je salaris, ruim zes-en-zestig gulden ontvangen."

„Zes-en zestig gulden, zeven-en-zestig cent, 't is de moeite."

De moeder zuchtte weder en zweeg.

Na eenige oogenblikken kwam de zuster weer binnen en dekte met een stuursch gezicht de tafel. Het eenvoudige middagmaal werd genuttigd, zonder dat er meer dan het noodige gesproken werd. Arnold zat te kieskauwen. Het maal was dezen keer inderdaad al zeer sober en indien hij niet zoo juist nog van zijn moeder had moeten hooren, hoezeer hij in zijn verplichtingen tegenover haar was te kort geschoten, hij zou zich zeker hebben beklaagd over een disch, waaraan zelfs een smakelijk stukje vleesch ontbrak. Thans bepaalden zijn gedachten zich slechts een vluchtig oogenblik bij het weinig copieuze van den maaltijd en, het zij tot zijn eer gezegd, alleen om hem aan te sporen tot gehoorgeven aan een stem in zijn binnenste, die hem zoo straks had ingefluisterd, zijn moeder het ontvangen voorschot af te staan, het verdere van de maand het lokaal van ^ an Asperen te vermijden en zoowel dezen als zijn kleermaker een briefje te schrijven met verzoek tot den laatsten geduld te hebben.

Doch van deze opwelling kwam het niet tot een besluit. Hij zou moeten verklaren, waarom hij voorschot had gevraagd; moeder en zuster zouden begrijpen, dat het niet voor de eerste maal was geweest, en dan vooral, hij zou open kaart moeten spelen tegenover Van Asperen, wien hij immers zou moeten schrijven, waarom hij de rekening niet hooger kon laten oploopen en dat zou

Sluiten