Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevorderd, om geen aanspraak te willen maken op het hem verleende voorschot en zend u derhalve bij dezen de bewuste vijfentwintig gulden, die ik in uwe handen beter op hun plaats geloof dan in de zijne.

Hoogachtend, enz."

„O, God! O, God!" snikte mevrouw Versteeg, haar dochter den brief toewerpend, terwijl zij zich in haar stoel liet vallen. „Hij heeft zijn ontslag genomen! Wat moet er nu van hem worden?"

Marie las de brief langzaam, woord voor woord.

„Moeder," zeide zij ten slotte, op haar schreiende moeder toetredend, en er klonk iets plechtigs in haar stem. „Nu geloof ik, dat Arnold niet terugkomt."

„Hemel, kind, je doet me schrikken, je denkt toch niet..

„Zich verdrinken, of zoo iets? O, neen! Dat zou al te dwaas zijn. Hij wil immers „goed maken", zooals hij schreef. Laten we afwachten, moeder. Dat hij zijn ontslag nam, is in ieder geval een daad, al is het misschien een overijlde. Hoe het zij, hij wil „goed maken", hij heeft dus een plan, waarvan dat ontslag nemen een begin van uitvoering is. Laat hem zijn weg banen, wellicht voert die hem weder tot ons, wanneer alles, wat er goeds in hem sluimert, tot rijpheid en kracht is gekomen in den strijd om het bestaan."

„Of daarin is verstikt," jammerde de moeder.

*

* *

Geinig dagen later ontving mevrouw Versteeg zestig gulden in een aangeteekenden brief. Arnold had dienst

Sluiten