Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eenige teleurstelling ondervond, omdat er toch eigenlijk niets instond, om mijne vermoedens te rechtvaardigen.

Ik pakte van alles in, ook warme kleeren voor Nel en haar zoontje, ik wist niet of zij op het koude voorjaarsweer gerekend had.

Tot laat in den nacht was ik bezig en na een paar uur onrustig geslapen te hebben, zat ik op den trein naar Amsterdam.

Toen de trein aan het station stilhield, zag ik Walter juist het perron opkomen. Hij beduidde mij reeds van verre, dat ik moest blijven zitten en kwam de coupé binnen waar ik zat. Hij reikte mij zwijgend de hand, hij zag bleek en ik wist niet wat te zeggen, want ik voelde mij beklemd. Hij trachtte aan den gedwongen toestand eenigszins een eind te maken door over Nel te beginnen. Wij bleven niet alleen, een intiem gesprek was dus onmogelijk. Het woei hard en ik had aan boord veel van zeeziekte te lijden. Alles werkte ontnuchterend op mijn opgewonden toestand van den vorigen avond. Ik had mij wel geen bepaalde voorstelling van onze ontmoeting gemaakt, maar zooals het nu was, had ik mij ons samenzijn toch niet voorgesteld. Als visioenen waren tooneelen van verzoening, wederzijdsche vergeving, beloften van een nieuw leven voor mijn geest voorbij getrokken, maar in werkelijkheid had er niets van dat alles plaats. Wij zaten nu naast elkaar, alsof er niets gebeurd was, Walter was vol zorg voor mij en ik liet mij dit aanleunen.

Ondanks mijn teleurstelling meende ik, dat het mij onmogelijk zou zijn het ooit weer met hem oneens te

Sluiten