Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toch zou ik mama ook nog zoo gaarne zien... en Erni .. ."

„Wij zullen wachten, totdat je iets beter bent en dan nemen wij je mee," zeide Walter.

Nel glimlachte en knikte hem toe. Maar zij geloofde niet meer aan beterschap.

Ik zou haar nauwelijks herkend hebben, als ik haar onverwachts voor mij had zien staan. Zij was geducht vermagerd, hare donkerblauwe oogen hadden hun glans verloren, haar gelaat was vol kleine rimpels en de kleur geel, haar stem had den klank verloren. Die heldere, vriendelijke stem van Nel was nu dof en heesch.

„Afrika heeft geen schuld aan mijn ziekte," zeide zij, ik zou ze thuis ook gekregen hebben, ik heb papa's kwaal. Zeg toch vooral aan Tilde, dat zij zich in acht neemt, jij bent altijd sterker geweest, Wenda."

Zij vroeg nu naar bijzonderheden omtrent Tilde. „Arm kind! merkte zij op, toen wij haar alles verteld hadden, „zij had zulk een aangenaam leven kunnen hebben. Is zij nog zoo mooi? Ja? Het leven was al te gemakkelijk voor haar, arme Tilde."

Walter had terstond, toen hij de kamer binnenkwam, naar Jan rondgekeken en bij ieder geluid, dat hij op de gang hoorde, zijn hoofd naar de deur gewend.

Nel scheen dit op te merken en zeide nu: „Jan is met Miss Maud naar een speelgoedwinkel gereden, hij is vandaag twee jaar geworden. Miss Maud zorgt voor hem en Miss Adamson voor mij.

De dames Adamson woonden met haar beiden in dit huis. Zij hadden een uitstapje naar Kaapstad gemaakt, waar een broer van haar zich gevestigd had. Zij hadden

Sluiten