Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich Nel's lot aangetrokken en wilden er niets van hooren, dat zij naar Holland door zou reizen of zich naar een ziekenhuis zou laten brengen.

Zoo nu en dan vertelde Nel ons iets van haar leven in de Transvaal; het was haar en Frits niet heel voorspoedig gegaan; veel liever sprak zij over mama en was onuitputtelijk in het vragen.

Miss Adamson verzocht ons haar niet naar den dood van Frits te vragen; het deed haar te veel aan om daarover te spreken; onze vriendelijke gastvrouw vertelde ons, dat Frits uit een trein stappende er onder was gegleden en overreden was; Miss Adamson had dit gehoord van een vriend van Nel, die haar op de boot had gebracht. Wij waren het met haar eens, dat het beter was geen droeve herinneringen bij de zieke op te wekken. Nel was zelfs te zwak om Jan veel bij zich te hebben; het was een vriendelijk, schrander kereltje met het blonde krullend haar van zijn moeder en de vroolijke, bruine oogen van zijn vader.

Nadat Walter met den dokter gesproken had, schreef hij terstond aan mama. „De dokter is er bepaald tegen, dat zij vervoerd wordt," zeide hij tot Miss Adamson. „Wij zijn dus wel gedwongen van uwe gastvrijheid gebruik te maken. Mijn schoonzuster verlangt erg naar haar moeder."

„Laat Mrs. Haersma toch zoo spoedig mogelijk komen," haastte Miss Adamson zich te antwoorden, „wij zullen de kamer naast die van Mrs. Ebeling voor haar laten inrichten, zij mag niet doen zooals u en uw vrouw en in een hotel gaan logeeren."

Wij meenden, dat het Nel rust zou geven als zij

Sluiten